Familie Rayhi

Interview door : Youssef Aghmir en Youssef Ghazouani - Gepubliceerd op : 21 Maart 2013
Eindhoven - Mohamed Rayhi is jeugdspeler bij PSV. De middenvelder maakt al vanaf de E-jeugd deel uit van de ‘PSV-familie’. De in Eindhoven geboren en getogen Marokkaanse speler blinkt wekelijks uit in de A1 van PSV en mag dit seizoen ook vaak meetrainen en meespelen met Jong PSV. Op de vraag of wij van Atlas-Lions.nl, zowel hem als degene die achter zijn succes staat mogen interviewen, reageerde Rayhi positief. Atlas-Lions redacteuren Youssef Ghazouani en Youssef Aghmir reisden af naar Eindhoven, waar zij hartstochtelijk en vriendelijk werden ontvangen door Mohamed, zijn broer en ouders. Zodra de thee is ingeschonken en de lekkere hapjes op tafel liggen, beginnen de redacteuren aan het interview waarbij ze de speler en zijn familie interviewen.

Mohamed Rayhi: 'Mijn vader stond altijd achter mij en was altijd bij me. Hij was één van de weinige ouders die haast altijd langs de lijn stond.'

[pimg]http://atlas-lions.nl/style/default/rayhi_vader.png [/pimg]
Mohamed Rayhi samen met zijn vader

 
Hoe ben je begonnen met voetballen?
Mohamed: Ik ben op mijn vierde begonnen met voetballen. Mijn broer zat op voetbal en ik ging dus vaak mee. Ik wilde altijd al voetballen, dus toen heeft mijn broer me ingeschreven bij een voetbalclub. In het begin bakte ik er niks van. Ik begon eerst in de “mini’s” en ben daarna naar de F10 gegaan. Pas vanaf de F2 en F1 bleek dat ik talent in me had. In de F1 ben ik weggehaald door PSV.

Had je nog andere keuzemogelijkheden dan PSV?
Mohamed: Bij de amateurs komen niet zoveel clubs kijken, dus ik had alleen de keuze uit Willem II, FC Eindhoven en PSV.

En waarom koos je specifiek voor PSV?
Mohamed: PSV is de grootste club van Nederland. De club is gevestigd in mijn eigen stad, dus dan is de keuze wel gemakkelijk.

Uit hoeveel gezinsleden bestaat de familie Rayhi?
Mohamed: Ik heb één broer, drie zussen en mijn ouders. Mijn broer is 28 en mijn zussen zijn 30, 26 en 23. En dan heb je mij nog. Ik ben 18 jaar oud.

Jij bent dus de enige zoon in huis?
Mohamed: Ja dat klopt. Mijn broer is al getrouwd en mijn zus van 30 ook.

Jij bent de jongste in huis, dus ook meteen de lieveling van allemaal?
Mohamed: Haha, ja dat klopt. Ik ben de lieveling in huis.

Je broer speelde ook voetbal. Begonnen jullie bij WVVZ?
Mohamed: Inderdaad, al heet tegenwoordig WODAN. Ze zijn gefuseerd met een andere club. Het is nu één grote club geworden.
     
[pimg] http://atlas-lions.nl/style/default/rayhi_klein.png[/pimg]
Mohamed Rayhi op 12-jarige leeftijd


Waren jullie altijd al met voetballen bezig?
Mohamed: Ja, altijd. Mijn broer nam me mee naar veldjes. Ik mocht niet altijd meedoen, maar hij nam me wel altijd mee. Ik was van jongs af aan al verslaafd aan voetbal.

Rachid: Ik was en ben nog steeds bezeten van voetbal. Overal waar ik ging voetballen, nam ik mijn broertje mee. Desnoods ging hij op een bankje zitten, maar hij ging overal mee. Dat wilde hij ook altijd zelf. Op een latere leeftijd, toen ik zag dat hij wel van voetballen houdt, gingen een vriend van mij en ik, hier op het pleintje specifiek met hem trainen. We wilden hem een beetje leren voetballen. Zodoende is hij ook beter gaan voetballen. Ik zeg trouwens niet dat hij het van mij heeft, haha.”

Hoe komt het dat jouw broertje het wel tot PSV heeft weten te schoppen en jij niet?
Rachid: Ik kan er niet veel van haha.. De ene heeft er aanleg voor en de ander niet. Het is niet zo dat hij getraind is tot een voetballer die hij nu is. Je moet er wel een beetje aanleg en talent voor hebben.

Op welke leeftijd realiseerde je dat je het kon schoppen tot profvoetballer?
Mohamed: Ik denk op mijn zestiende. Toen ik een jaar verhuurd was aan Helmond Sport. Ik kwam toen sterker terug bij PSV en toen begon ik me te realiseren dat het heel haalbaar was om een profvoetballer te worden.

En wat was de reden dat je werd verhuurd?
Mohamed: Bij PSV vonden ze dat ik fysiek tekort kwam voor het B-elftal. Ik speelde een jaartje bij Helmond Sport en toen ik terugkwam ging alles veel makkelijker.

Je werd dus een jaartje verhuurd. Wat was/is de rol van de familie? Staan ze allemaal achter je, of vonden ze de keuze voor Helmond Sport helemaal niks?
Mohamed: Ja, ze staan altijd achter me. Toen ik verhuurd werd zeiden ze dat er niks aan de hand was en dat het positief voor mij zou zijn. Ik kon daar ook alles gaan spelen. Als eerstejaars B zou ik misschien niet alles spelen bij PSV. En het klopte, want ik heb bij Helmond Sport alles gespeeld. Mijn familie zei dat ik daar gewoon mijn best moest blijven doen zoals bij PSV, en dat het dan vanzelf wel goed zou komen.

Welke rol heeft je vader gespeeld bij je ontwikkeling?
Mohamed: Die heeft een heel belangrijke rol. Hij komt naar elke training en naar elke wedstrijd. Hij bracht me altijd en soms doet hij dat nog. Hij stond altijd achter mij en was altijd bij me. Hij was één van de weinige ouders die haast altijd langs de lijn stond.

Wat voor invloed heeft je vader op je? Geeft hij je nog tips of advies?
Mohamed: Over voetbal niet veel (hele familie lacht). Hij heeft niet echt verstand van voetbal. Hij spreekt me wel aan als ik domme dingen doe op het veld. Als ik boos word op de trainer of ik scheld iemand uit, dan zegt hij er wel wat van. Als het om voetbal gaat dan praat ik meer met mijn broer dan met mijn vader.

Heb je al met PSV gesproken over volgend seizoen?
Mohamed: Nee, nog niet. Het is nu vier maanden voor het einde van het seizoen. We hebben nog geen afspraken gemaakt. Er kan nog veel gebeuren.

Wat heb je liever? Wil je bij PSV blijven of denk je dat het beter is om verhuurd te worden?
Mohamed: Het liefst blijf ik wel bij PSV. Ik moet kijken wat voor mijn ontwikkeling het beste is.

Ook als je volgend seizoen in het tweede moet blijven spelen?
Mohamed: Ja, het ligt er aan wat de afspraken zijn die gemaakt worden. Als ik bij het tweede blijf en ik kan met het eerste meetrainen, dan zou dat wel mooi zijn. Maar ik moet het gewoon laten zien. Als ik in het tweede mijn best doe, dan zullen ze me zeker naar het eerste halen. Ik heb alles in eigen hand.

Met welke Marokkaanse spelers heb je regelmatig contact?
Mohamed: Met Zaky (Labyad red.) en Zakaria Bakkali. Bakkali woont hier vlakbij in de buurt. Buiten het veld gaan we ook veel met elkaar om. Zakaria Labyad spreek ik ook elke dag. We appen en bellen met elkaar. Hij heeft hier ook lang bij ons gewoond. Met die twee heb ik echt goed contact. Verder spreek ik Imad Najah (RKC Waalwijk), Younes Mokthar (PEC Zwolle) en Oussama Tannane (SC Heerenveen) af en toe wel eens.
 
Het interview verplaatst zich naar vader Rayhi.
Vader Rayhi: “Oowjeee”. (iedereen lacht)

Op welke leeftijd merkte jullie dat Mohamed het kon schoppen tot profvoetballer?
Rachid: Ik heb het iets later opgemerkt. Zijn trainer zei in de C1 dat hij uiteindelijk in het betaald voetbal terecht moest komen. Minimaal Jupiler League. Op het moment dat hij een gesprek had waarin ze hem vertelde dat hij verhuurd zou worden, zei zijn trainer dat tegen hem. Hij vertelde hem ook dat de enige reden waarom hij verhuurd zou worden, is omdat hij fysiek tekort komt. Hij vertelde hem ook dat als hij daar aan zou werken, hij gegarandeerd het betaald voetbal zou halen. Toen had ik nog zoiets van:’ het is zo ver weg’. Sinds vorig jaar zit hij in de A en af en toe speelt en traint hij samen met jongens van Jong PSV. Het verschil is niet meer zo groot in vergelijking met toen hij in de C zat, maar dat is ook logisch. Vanaf vorig jaar dacht ik bij mezelf dat betaald voetbal wel haalbaar moet zijn. Is het niet bij PSV, dan is het wel ergens anders.
 
Als jullie terugkijken op de periode dat jullie Mohamed hebben begeleidt. Zijn er dingen die jullie anders hadden willen/moeten doen?
Rachid: Nee. Mijn ouders en ik zijn bij alle wedstrijden aanwezig. Ik ben gewoon heel eerlijk naar hem toe. Als hij slecht heeft gespeeld, dan zeg ik dat gewoon tegen hem. Maar als hij goed heeft gespeeld, dan zeg ik dat ook. Hij is vaak heel chagrijnig als hij niet goed heeft gespeeld of als ze verliezen. Dan steunen we hem ook en zeggen dat het niet zo erg is. Ik praat veel met hem, maar soms zijn er ook momenten dat hij niet wil praten. Dan laat ik hem gewoon met rust.

Je ouders praten ook met hem, nadat hij een slechte wedstrijd heeft gespeeld?
Rachid: Ja zeker, vooral mijn moeder. Mijn moeder praat veel over het mentale aspect met hem. Als hij bijvoorbeeld gewisseld werd, dan was hij heel chagrijnig. Als mijn moeder dat zag, dan werd ze daar niet zo vrolijk van. Voetbaltechnisch sprak ik vaak met hem omdat ik veel meer weet dan mijn ouders op dat gebied. Een voorbeeld? Hij was een buitenspeler en soms ben je niet sneller dan je tegenstander. Als je tegenstander even snel is, maar je bent niet fysiek sterker dan je tegenstander, dan wordt je gewoon aan de kant gezet. Ik heb hem toen gezegd dat als hij hem afsnijd, je twee mogelijkheden hebt: of hij haalt jou neer, of je bent hem voorbij. Zulke dingen leer je vast en zeker op de training, maar dat pik je niet altijd op. Voetbaltechnisch probeer ik dus nuttige dingen te zeggen. Als je vanaf de zijkant kijkt dan zie je ook meer.

Dan gaan we nu toch echt naar de vader van Mohamed Rayhi. Wat voor tips geeft u uw zoon altijd mee?
Vader Rayhi: Wat voor tips? Ik ben altijd bij hem. Tijdens trainingen, tijdens wedstrijden. Ook uitwedstrijden. Als hij om zich heen kijkt, dan ziet hij ons. Zijn broer doet meer qua tips. Hij heeft er meer verstand van. Zijn broer is de baas wat dat betreft, haha.

Vind je dat je een strenge vader hebt?
Mohamed: Nee, hij is heel rustig.

Heb je in het verleden ook contact gehad met de trainers?
Vader Rayhi: Ja, met Henk Fraser had ik regelmatig contact in de jeugd. Met die van nu niet.

Rachid: Je had Henk Fraser en Twan Scheepers. Dat waren trainers die heel open en sociaal waren. Je had ook trainers waar je totaal geen contact mee had. Op een bepaalde leeftijd werden de ouders op een bepaalde afstand gehouden. Evaluatiegesprekken werden dan zonder ouders gedaan. Alleen als het slecht ging dan werden de ouders erbij gehaald. Bij PSV zien ze de spelers al op jonge leeftijd als volwassen personen. Dus wij hadden dan weinig met de trainers te maken.

Vader Rayhi: Vroeger, tijdens de uitwedstrijden, mochten de ouders altijd mee met de bus. Nu mag dat niet meer en moet iedereen met eigen vervoer komen. Als een speler en trainer een probleem hebben, dan moeten ze dat onderling zelf oplossen. De ouders worden wat dat betreft buitengesloten.

Staan jullie tijdens elke wedstrijd langs de kant?
Moeder Rayhi: Jazeker, tenzij hij in het buitenland een wedstrijd of toernooi moet spelen.
Vader Rayhi Ik ben wel meegeweest naar Spanje, Andorra, Saint Tropez en Frankrijk. Ook België en Duitsland, maar Zuid-Afrika hebben we niet gedaan, haha.

Bij Marokkaanse spelers zie je dat niet zo vaak, dat de ouders meegaan. Die laten hun zoon alleen gaan. Waar ligt dat aan?
 Mohamed: Wij wonen in Eindhoven en in het team waar ik in speel, ben ik de enige speler uit Eindhoven. Dat speelt ook mee. Het is gewoon de manier van hoe je met je zoon wilt omgaan. Ga met je zoon mee. Als er iets gebeurt, dan weten ze wat er is gebeurd. Niet dat ik in een uitwedstrijd bijvoorbeeld een biddon weggooi en dat als ik thuiskom zeg dat er niks aan de hand is. Je ouders moeten ook zien wat er is gebeurd. Je moet interesse tonen in je zoon en niet pas jezelf laten zien als hij in het eerste zit.

Hoe ver denken jullie dat Mohamed het zal schoppen?
Moeder Rayhi: Het maakt mij niet uit of hij profvoetballer wordt of niet. Het gaat er mij om dat hij geniet van wat hij doet. Dat hij respect heeft voor anderen en discipline heeft. Het lot is in de handen van Allaah. Als Allaah wil dat hij slaagt, dan zal hij slagen. Als Allaah wil dat hij het niet red, dan zal hij het niet redden. Wij bidden en hopen in shaa’Allaah dat hij het zal maken als profvoetballer. Maar alles is ‘mektab’ (voorgeschreven). Als het geen mektab is om via het profvoetbal aan zijn geld te komen, dan zal dat in shaa’Allaah op een andere manier gebeuren. Het belangrijkste wat ik hem wens, is dat hij rustig is, mensen goed behandeld, zijn gebeden op tijd verricht en respect heeft voor iedereen. Zowel zijn medespelers als zijn tegenstanders, trainers en de mensen om zich heen. Dat is waarik hem ook elke dag voor waarschuw. Ik sta elke ochtend op zodat ik hem kan helpen met voorbereiden. Hij zegt altijd dat ik niet op hoef te staan, maar ik wil hem gewoon elke dag helpen met zijn tas en hem die belangrijke les weer meegeven. Dan vertel ik hem ook dat hij zijn best moet doen. Als iemand wat zegt of doet en je bent het er niet mee eens, dan waarschuw ik hem dat hij niet op een verkeerde manier in discussie moet gaan, en het soms moet laten voor wat het is. Ook al zit jij niet verkeerd. Ik hoop in shaa’Allaah dat ik hem ooit op tv zie spelen, maar nogmaals het is mektab.

Is het voor jou een extra motivatie om dat terug te betalen aan je moeder, na alles wat ze voor je heeft gedaan?
Mohamed: Ja, natuurlijk! Als ik een woordenwisseling heb met de trainer of ruzie met iemand, dan denk ik wel dat mijn moeder boos gaat worden. Dat geeft mij wel de motivatie om het te laten en niet in discussie te gaan. Dat en het feit dat ik mijn best moet blijven doen.

Hoe trots zijn jullie op Mohamed?
Moeder Rayhi: Ik zal eerlijk zeggen. Ik heb vijf kinderen en ik ben trots op al mijn kinderen. Als ik Mohamed op tv zie spelen, dan word ik nog trotser. Iedereen wil het beste voor zijn kinderen. Ik zeg ook tegen hem dat hij zijn best moet blijven doen. Hij speelt nu bij PSV en heeft het niet slecht. Hij krijgt alles, maar meer kunnen we niet doen. Als Allaah het wil, dan komt het wel goed in shaa’Allaah.

Hoe kijk je er tegenaan dat je tijdens je periode bij PSV niet veel met je vrienden kan optrekken? Bijvoorbeeld op vrijdagavond als je wat leuks wil gaan doen.
Mohamed: Ik denk dat dat bij mij het minste is van ons team. Ik woon tien minuten van het trainingscomplex. Ik heb redelijk veel vrije tijd. Ik ga wel altijd vroeg slapen en de dag voor de wedstrijd ben ik ook altijd vroeg thuis. Soms is het moeilijk, want je ziet jongens met wie je omgaat die naar andere steden gaan en daar blijven tot twee of drie uur in de nacht. Dat zit er voor mij niet in. Ik werk om de top te halen, dus ik moet er voor gaan.
 
Dus jij mist dat niet?
Mohamed: Het is soms wel moeilijk. Soms vragen ze me om mee te gaan, maar ik kan dan niet mee. Het is moeilijk, maar ik moet het accepteren.
 
Wat voor invloed hebben je vrienden op je?
Mohamed: Mijn vrienden komen vaak kijken naar de wedstrijden die ik speel. Vaak waarschuwen ze mij ook om bepaalde dingen niet te doen. Ze hebben een goede invloed op mij. Het zijn geen criminelen. Ik ga met goede jongens om. Mijn moeder weet ook met wie ik omga.
 
Controleren jullie ook zijn vrienden?
Moeder Rayhi: Jazeker! Af en toe vindt hij het lastig dat ik veel vraag, maar het is mijn taak om te weten wat mijn zoon doet en met wie hij omgaat. Je weet nooit hoe het kan gaan in het leven. Sommige jongens zijn zo goed en dan gaan ze met verkeerde figuren om en dan gaan ze ook de slechte kant op. Ik waarschuw hem ook dat hij niet met verkeerde jongens moet omgaan. Op vrijdagavond is hij meestal rond tien uur al thuis. Hij is niet zo vaak buiten. Ik ben echt blij en tevreden met PSV. Hij is daar bezig waardoor hij nauwelijks tijd heeft om op straat rond te hangen. Ik vind het belangrijk dat hij niet op straat blijft rondhangen. Ik heb al-hamdoelilaah (alle lof/dank aan Allaah) nooit problemen gehad met mijn kinderen. Ik heb vijf kinderen en nooit heeft iemand iets gedaan. Ze zijn al-hamdoelilaah allemaal goed terecht gekomen.
 
[pimg] http://atlas-lions.nl/style/default/rayhi_a1.png[/pimg]
Mohamed Rayhi als speler van PSV A1  

     
Hoe is jullie relatie met de familie Labyad?
Mohamed: Heel goed!

Klopt het dat jullie een soort pleeggezin waren voor Zakaria?
Moeder Rayhi: Ja, dat klopt. Ruim vier jaar.
Mohamed: Hij is in de C2 bij ons komen wonen. Hij sliep hier vier dagen in de week bij ons thuis en dat is ongeveer vier jaar lang zo geweest, totdat hij zijn eigen appartement kreeg van PSV. Toen is hij alleen gaan wonen, maar daarna is het contact met de familie Labyad altijd goed gebleven. Voordat hij bij ons kwam ‘wonen’, sliep hij wel eens bij ons thuis. Wij beschouwen elkaar ook als familie. Zijn ouders komen wel eens hier op bezoek en wij gaan wel eens naar hun toe. Het zijn meer dan alleen kennissen. Op een bepaalde leeftijd zag PSV dat Zakaria een groot talent was, waarop ze tegen hem zeiden dat ze een gastgezin voor hem zouden regelen. Toen had hij tegen ze gezegd dat hij alleen bij de familie Rayhi als gastgezin gaat en nergens anders. Wij waren op dat moment helemaal geen gastgezin, dat was een beetje door Zakaria ontstaan. Toen kwam PSV met ons praten en zo is het gelopen.
 
Jullie komen uit Temsamane
Mohamed: Ja, dat klopt.

Ben je afgelopen zomer nog op vakantie geweest naar Marokko?
Mohamed: Nee, ik ben in 2008 voor het laatst geweest. Ik heb altijd maar anderhalf week vakantie. Als ik vakantie heb in mei of juni, dan heeft niemand vakantie. Het is moeilijk om alleen te gaan.
 
Ben je wel van plan om binnenkort te gaan?
Mohamed: Ja, als ik tijd heb dan is Marokko het eerste waar ik naar toe wil gaan in shaa’Allaah. Als ik met iemand kan gaan, dan wil ik zo snel mogelijk daar naar toe.

Wat voor taal spreken jullie?
Mohamed: Berbers. We zijn allemaal Berbers opgevoed.

Wie is je favoriete speler aller tijden?
 Mohamed: Ik denk Zinedine Zidane.

Waarom specifiek Zidane?
Mohamed: Hij had zoveel rust aan de bal en zijn techniek was gewoon goed. Hij was niet snel, maar hij ging spelers voorbij alsof ze er niet stonden. Een genot om naar te kijken. Ik denk wel de beste speler die ik ooit heb zien voetballen.

En de favoriete speler van je broer?
Rachid: Ja, die van mij is ook Zidane.

Kijken jullie veel voetbal thuis?
Moeder Rayhi: Alleen maar!
Mohamed: Het is hier echt extreem. We kijken thuis alleen maar voetbal. Iedereen bij ons thuis kijkt voetbal.

FC Barcelona of Real Madrid?
Mohamed: Barcelona! Bij ons thuis is iedereen voor FC Barcelona.
Rachid: Ik ben een beetje neutraal. Als ik maar een mooie wedstrijd zie. Ik ben niet echt specifiek voor Barca of Real.
Vader Rayhi: Als Barcelona tegen Real Madrid speelt, dan ga ik altijd in een Marokkaans café kijken. Ik ga dan alleen om te lachen. Ze maken onderling ruzie met elkaar voor niks!

Wat is jullie beeld over het Marokkaanse elftal?
Mohamed: Het is mooi om naar te kijken, maar de laatste jaren zit er wel veel stress en emotie in. Je geniet er niet van. Het spel kan wel goed zijn, maar de resultaten blijven uit.

Waar komt dat door denk je?
Mohamed: Ik denk dat een aantal spelers niet echt laat zien dat ze echt met trots voor hun land spelen. Als het lokale elftal van Marokko speelt, dan zie je echt strijd en passie. Dat mis ik soms bij de Europese Marokkanen.

Spreek je er wel eens met Zakaria Labyad over?
Mohamed: Jawel, maar hij heeft altijd voor Marokko willen spelen. Hij is bij het trainingskamp van het Nederlandse elftal weggegaan om voor Marokko te spelen. Hij is iemand echt iemand die met strijd en passie voor Marokko zou spelen. Jammer genoeg was hij er niet bij tijdens de Afrika Cup.

Hoe zie jij je eigen toekomst? Ben je ooit benaderd door het Marokkaanse elftal?
Mohamed: Een paar maanden terug heeft Ali Afellay mij aangesproken om mij te bellen voor een oefeninterland met Marokko-20. Helaas zijn ze toen uitgeschakeld voor de Afrika Cup -20, die deze week (red.) volgens mij gaat beginnen. Na de uitschakeling heb ik niks meer gehoord.

Maar het is wel een soort droom van je om voor het Marokkaanse elftal uit te komen?
Mohamed: Ja, dat is zeker een droom voor me.

Praat je daar ook met je ouders/familie over?
Mohamed: Nee, we hebben het er nog niet echt over gehad. Als ik word opgeroepen, dan zal ik zeker gaan. Om voor je land te spelen... dat is echt een droom voor mij.

Hoe denken jullie daar over?
Rachid: Ik denk hetzelfde. Ik vind wel dat het beste is om op jonge leeftijd nog in een Nederlandse jeugdelftal te spelen of net als Bakkali, in het Belgische jeugdelftal. Qua organisatie is het hier in Europa goed geregeld. Achteraf kun je toch altijd nog een keuze maken. Eerlijk is eerlijk, als je de Nederlandse school beheerst, dan wordt je daar alleen maar beter van. Als voetballer heb je daar op jonge leeftijd meer aan. Maar als het eerste elftal van Marokko komt, dan ben ik echt van mening dat hij voor Marokko moet spelen.

Mohamed: Het is wel jammer van de Afrika Cup. De clubs die adviseren hun spelers om negen van de tien keer niet te gaan. Het valt tijdens een belangrijke periode in de competitie. Ik snap wel dat clubs dat niet prettig vinden. Een jongen van mijn team is nu naar de Afrika Cup -20 gegaan om uit te komen voor Egypte -20. Hij is nu drie weken weg. PSV heeft ook liever niet dat een speler gaat.

Rachid: Dat is ook de rede waarom je in de jeugd het beste voor een Europese elftal kunt uitkomen. Alles past in het plaatje van de Nederlandse jeugdopleiding. Je moet ze ook tevreden houden tot een bepaalde hoogte, want je hebt ze nodig om het te halen als profvoetballer. Als je het hebt gehaald, dan kun je een keuze gaan maken. Zo denk ik er tenminste over.

Spreek je Zakaria Bakkali hier wel eens over?
Mohamed: Ja, en hij zegt zo vaak dat hij graag voor Marokko wil uitkomen. Hij zit nu bij het jeugdelftal van België en die beschikken over een topteam. Daar ga je niet zomaar weg. Ze spelen binnenkort een kwalificatiewedstrijd voor het EK en die wil hij graag spelen. Als je op het EK goed speelt, dan heb je belangstelling van andere clubs. Maar ik denk wel dat hij ooit voor Marokko zal spelen.

Bezoek je wel eens de website Atlas-Lions.nl?
Mohamed: Jawel. Ik volg ze op Twitter, dus als er een nieuwsbericht wordt geplaatst dan zie ik dat gelijk en open ik de link. Al het nieuws komt bij mij binnen.

Wat vind je van de site?
Mohamed: Ik vind het een hele goede site. Vooral voor de mensen die van het Marokkaanse elftal houden. Het is goed om iedereen op de hoogte te houden. Ook zijn de interviews altijd interessant.

Heb je nog een laatste woord voor de bezoekers?
Mohamed: Ik ga mijn best doen om in shaa’Allaah het eerste van PSV te halen. Als dat niet lukt, dan bij een andere club. In shaa’Allaah zien jullie mij over een paar jaar in het eerste van Marokko. Ik wil iedereen bedanken die mij steunt.

Moeder Rayhi: Ik wil jullie bedanken voor het interview. Shoukran (bedankt) dat jullie tijd hebben genomen om helemaal naar hier te komen om ons te interviewen. Jullie zijn altijd welkom bij ons thuis. Ik ben heel trots. Ook wil ik de mensen die mijn zoon steunen bedanken. Shoukran bezzaf!